Costamover voor uw verhuizingen van en naar Spanje

 

SPHOEK team

 

 

 

 

 

 

 

 


RICHTLIJNEN VOOR DE EERSTE PERIODE

 

Al denkt u van niet, het zal zeker een aantal weken duren voordat volwassen honden zich bij u thuis voelen en u de ware hond leert kennen. Oordeel niet te snel en geef hem een kans zich te ontplooien. Een hond die eerst heel druk lijkt kan wanneer hij eenmaal gewend is en zijn rust heeft gevonden een normale hond blijken.

Het is raadzaam om deze richtlijnen van tijd tot tijd door te lezen, we proberen u zoveel mogelijk voor te bereiden op de komst van uw nieuwe hond.

 

Het allerbelangrijkste: consequent zijn, vanaf het eerste moment!

Wanneer u uw nieuwe hond net in huis hebt, bent u misschien geneigd om veel door de vingers te zien. U wilt graag dat uw hond zich snel op z’n gemak voelt en stelt daardoor weinig eisen aan hem. Voor uw hond is deze tolerantie lang niet zo fijn als u denkt!

Uw hond heeft behoefte aan duidelijke regels. Dus niet de eerste week wel op de bank en later niet meer. Of de ene keer ja, de andere keer nee. Als de hond iets doet wat u niet bevalt, dan verbiedt u dat voor eens en altijd.

Waarom? Uw hond is van nature een roedeldier. Dat betekent dat er maar één de leider kan zijn en dat bent U! De leider (u dus) hoeft geen boeman te zijn, maar bepaalt duidelijk de regels en u bent daardoor ook de steun en toeverlaat van uw hond. Dit helpt de hond om zich sneller op z’n gemak te voelen.

 

Eigen plek.

Uw hond heeft behoefte aan een eigen plek waar hij zich veilig moet voelen en niet gestoord wordt (bijvoorbeeld door de kinderen). Deze plek kan bijvoorbeeld een bench zijn waar u  een deken of doek overheen kunt hangen en de hond zijn eigen "hol" heeft.  Zet deze op een plek waar de hond de hele kamer kan overzien en observeren. Bij het aanleren van ‘alleen zijn’ speelt de eigen plek een belangrijke rol.

 

 

Het uitlaten.

Ga de eerste dagen geen uren wandelen met de hond. Hij heeft het nodig om eerst tot rust te komen. Daarom is het voor de hond prettiger om een aantal keren per dag een (korte) vaste route te lopen. Zo leert hij de directe omgeving kennen. Het vaste ritme en bekende plekjes helpen ook om sneller zindelijk te worden.

Doe de hond een halsband om die strak genoeg zit, zodat hij er niet uit kan glippen. Een gewone riem is aan te bevelen. De (niet-flexibele) riem zorgt ervoor dat de hond dicht bij u blijft en dat u meer ‘grip’ heeft, zodat bij onverwachte omstandigheden (schrik en paniek bij de hond) de riem niet ineens uit uw handen schiet.

 

Onaangelijnd uitlaten.

Houd uw hond zeker de eerste tijd aan de lijn! Bouw eerst een persoonlijke band op met uw hond.Als uw hond er aan toe is, bij voorkeur samen met andere bekende honden los laten lopen. Als de andere honden in de buurt blijven, zal uw hond dat gedrag overnemen en ook bij u in de buurt

 

Kinderen.

Als u kinderen in huis heeft is het niet verstandig om de hond op de bank te laten liggen. Hond en kind zijn dan op elkaar ooghoogte en dat kan voor een hond bedreigend zijn. Als de hond in zo’n situatie uitvalt, is het kindergezichtje wel erg dichtbij. Angst wordt overigens heel vaak verward met agressie. Leer kinderen dat zij de hond ten allen tijde met rust laten als hij in z’n mand of op z’n eigen plek ligt! Dat is zijn veilige haven waar hij zich terug kan trekken en rust kan vinden.

Laat kinderen nóóit naar de hond lopen, de hond moet naar de kinderen komen. Voor een hond is een klein kind een pup en de hond zal nooit onder hen staan. Hij zal een kind ook corrigeren als dat nodig is. LAAT UW HOND NOOIT ALLEEN MET KINDEREN!!!!!

 

Wennen aan andere honden in huis.

Geef de dieren de tijd om aan elkaar te wennen. Forceer niets! Bij honden onderling kan het tot gegrom en heel soms tot een schermutseling leiden. Laat het aan de honden over om hun sociale omgangsregels met elkaar te bepalen. Dit is heel belangrijk omdat het bepalen van de rangorde een natuurlijk gebeuren is. Als u zich hiermee bemoeit, kan het tot problemen leiden omdat wij als mensen ‘denken’ dat het op een bepaalde manier hoort. Het is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend dat de nieuwe hond automatisch de laagste in rangorde wordt. Troost vooral de hond die een snauw krijgt niet ! Dat is menselijk gedrag waardoor de hond zich niet beter gaat voelen. De hond accepteert de natuurlijke rangorde en weet zijn plaats.

 

Wennen aan een kat in huis.

Ook hierbij geldt: bemoeit u zich hier niet mee! Kat en hond zijn prima in staat om dit samen uit te zoeken, ook al duurt het wat langer dan bij honden onder elkaar.

Het is wel belangrijk dat de kat ‘weg’ kan. Dus niet opgesloten in dezelfde ruimte als de hond.Belangrijk: de hond mag niet op de kat gaan jagen! Direct ingrijpen is dan vereist!

 

Alleen zijn.

Bouw het ‘alleen zijn’ in kleine stapjes op. Zorg dat de hond op z’n eigen plek ligt als u weggaat(rust). En dan niet vlak voordat u de deur uitgaat de hond op z’n plek leggen, maar ruim van tevoren die rust inbouwen. Doe niet anders dan anders wanneer u weggaat. Doe alsof het heel normaal is. De hond voelt het allang aan en heeft geen bevestiging meer nodig! Als u thuiskomt en de hond reageert zeer luidruchtig en uitbundig, negeer dan dit gedrag (ook geen oogcontact). U doet opnieuw alsof het heel normaal is, niks bijzonders aan de hand. Laat de hond tot rust komen en roep hem dan naar u toe. Dát is het moment voor uitbundig knuffelen en prijzen! Dit gedrag bevestigt uw positie als roedelleider en dat geeft de hond een veilig gevoel. Bouw het langzaam op.

 

Trappen en gladde vloeren.

Sommige honden kunnen geen trap op en af lopen. Als u graag wilt dat uw hond de trap op en af gaat, is dat aan te leren. Een andere hond in huis is hierbij de beste leermeester. Als u zelf aan de slag gaat, leert u het trede voor trede. Pas vooral op als de hond de trap af wil lopen, hij kan in het begin geneigd zijn te willen springen of meerdere treden tegelijk te willen nemen. Leer dus ook dat hij trede voor trede naar beneden gaat.

Pas op met gladde vloeren. Als de hond daar niet aan gewend is, kan hij gemakkelijk uitglijden.Leer uw hond dat hij een gladde vloer rustig moet betreden. Zorg ervoor dat uw hond niet uitglijdt,want als hij dit eenmaal meegemaakt heeft, wil hij soms geen gladde vloer meer op!

 

Voer.

Geef de hond bij voorkeur 2x per dag eten, de hoeveelheid voedsel is afhankelijk van het gewicht van de hond. Richtlijnen staan op de verpakking van het voedsel. Voor grote honden adviseren we drink- en voerbak in een standaard. Voor de hond is het beter om niets tussendoor te voeren. Als hij niet beter weet zal hij ook niet gaan kwijlen of bedelen wanneer u eet.

 

Water drinken.

Sommige honden drinken de eerste dagen geen of weinig water. Houd dit goed in de gaten omdat ze wel voldoende vocht binnen moeten krijgen.

Er zijn ook honden die extreem veel drinken. Dit kan te maken hebben met nervositeit.

 

Voedsel stelen.

Honden kunnen ontzettend snel zijn in het wegkapen van voedsel dat op tafel staat, op het

aanrecht ligt, of op het bordje op uw knieën. Maar ook de inhoud van de afvalbak kan voor hen erg interessant zijn! Als de hond eenmaal succes geboekt heeft, is dit gedrag moeilijk af te leren. Probeer daarom te voorkomen dat uw hond iets weg kan kapen. Wees alert als u met voedsel bezig bent, slechts 1 seconde van onoplettendheid en wég is het!

Leer uw hond op z’n plaats te blijven als u eet, laat vooral geen eten ergens liggen, sluit de kasten goed af en zorg dat de afvalbak niet open kan of om kan vallen.

 

Angst.

Als uw hond erg angstig is, zult u al gauw de neiging hebben om uw hond tegen die angst te beschermen. De hond krijgt daardoor geen mogelijkheid om ander gedrag aan te leren. De beste manier om angst te overwinnen, is de angst negeren of afleiden. De hond kan maar aan één ding tegelijk denken. Het is óf de angst, óf iets anders. Eenvoudige aandachtsoefeningen zoals ‘zit’ en ‘af’ kunnen uw hond al afleiden, vooral als er een beloning volgt als de oefening goed uitgevoerd is!

Pas vooral op dat u de angstige hond niet gaat troosten door aan te halen of sussende woordjes.Kijk een angstige hond niet recht in de ogen, dat vindt hij bedreigend en dat zal hem nog angstiger maken. Haal een angstige hond nooit zomaar aan, de kans dat hij in het dichtstbijzijnde lichaamsdeel bijt (meestal handen en gezicht) is groot!

Buig je niet over een angstige hond heen. Laat het initiatief tot lichamelijk contact van de hond zelf uitgaan, dring jezelf niet op.Aai de hond niet meteen over z’n kop c.q. nek, maar kriebel rustig een beetje over de borst. Als de hond toestaat dat u hem aait, doe dat dan altijd met rustige bewegingen. Beperk uzelf in het begin tot kop en oren. De meeste honden vinden een zachte oormassage zálig.

Laat de hond bij u komen en beloon dan met iets lekkers. Pas op dat u het lekkers niet geeft als de hond terugdeinst, dan beloont u juist het angstgedrag!

Vraag zoveel mogelijk mensen om uw hond iets lekkers te geven, maar dring het nooit op aan de hond.Hou de voerbak op schoot en voer de hond met uw handen. De hond gaat dan dichtbij zijn met lekkers en leuk associëren.

 

Onzindelijkheid.

Een hond die opgegroeid is in een kennel heeft nooit geleerd wat zindelijkheid is. Deze hond heeft dezelfde zindelijkheidstraining nodig als een pup. Dat betekent onder andere dat u uw hond uit moet laten als hij gegeten, geslapen of gespeeld heeft. Minstens 6 tot 8 keer per dag uitlaten, liefst om de 1 à 2 uur. Hou vaste etenstijden aan.

Probeer een uitlaatplekje te vinden dicht bij huis. Het heeft geen zin uren te gaan lopen, de hond zal z’n plas/poep ophouden tot hij weer binnen is. Blijf net zolang op de uitlaatplek tot de hond z’n behoefte heeft gedaan. Zindelijkheidstraining staat of valt met het voorkomen van plassen in huis. Hoe meer tijd u besteedt aan het in de gaten houden van de hond en het dus tijdig naar buiten brengen van de hond, hoe sneller de hond zindelijk zal zijn. Wees erop voorbereid direct weer naar buiten te gaan als de hond aanstalten maakt om z’n behoefte te doen! Als het lukt, beloont u uw hond natuurlijk uitbundig met uw stem, een knuffel of iets lekkers. Ga daarna pas aan de wandel.

 

Onzindelijk tijdens alleen zijn. De oorzaak is meestal angst. De hond krijgt een verhoogde stofwisseling door angst en opwinding en kan z’n behoefte daardoor niet ophouden.

 

Straffen!!!

Straf uw hond door heel hard 'foei" te roepen of iets naar hem te gooien waardoor hij schrikt (bijvoorbeeld een leeg bliktje met wat steentjes erin of een sleutelbos). Nooit slaan! Doe dit binnen enkele seconden na de "daad" . Het is volledig zinloos om uw hond te staffen voor iets wat daarvoor is gebeurd. Uw hond zal het niet begrijpen en er alleen heel erg onzeker door worden.

 

Onzindelijkheid door deemoed. Uw hond begroet u met een klein plasje. Om dit gedrag te doorbreken, negeert u de hond als u thuiskomt. U kunt ook direct (maar dan echt onmiddellijk!) de aandacht afleiden door iets lekkers weg te gooien waar de hond achteraan gaat.

 

Slaapzucht. Sommige honden zullen de eerste periode heel veel slapen. Dat is hun manier om alle spanningen te verwerken. Geef ze de rust die ze nodig hebben.

 

Microchip. Laat de hond registeren op uw naam, dat kan bij de dierenarts maar ook via internet op www.ndg.nl.

 

De eerste nachten. Vaak zal de hond de eerste nacht(en) gaan blaffen en janken, hij is onzeker en alleen. Negatief gedrag moet u nooit belonen, dus als u naar hem toe gaat (ook om hem op zijn kop te geven) zal hij zeker de volgende nacht weer janken (hij boekte namelijk de nacht daarvoor ook resultaat). Met honden die we in de opvang hebben doen we het volgende; we laten ze zo dicht mogelijk bij ons slapen (bijvoorbeeld in een bench) zodat hij de aanwezigheid voelt en niet alleen is. Gaat dit goed, schuif dan iedere dag de bench een beetje op naar de richting waar u hem uiteindelijk wilt hebben. Dit scheelt heel veel stress voor u, uw familieleden, buren maar ook voor de hond die in korte tijd toch al heel veel heeft meegemaakt.

 

Microchip. Laat deze registeren op uw naam, dat kan bij de dierenarts maar ook via internet op www.ndg.nl.

 

Vragen. u mag altijd contact met ons opnemen als er probelemen zijn en we zullen u zo goed mogelijk adviseren. Vergeet u niet "Keulen en Aken werden ook niet op één dag gebouwd". Geef het niet te snel op!!

 

 

 


 

 

 Stichting SPHOEK

Maanvlinderlaan 5

5641 CE EINDHOVEN
Tel. Nederland 00 31 (0)622251586

Tel. Spanje 00 34 657 891 335

ING 5232838
IBAN Sphoek NL40INGB0005232838
BIC INGBNL2A
KvK Alphen aan den Rijn: nr. 27314430

 

ONLINE DONEREN

ANBI Stichting

  info@sphoek.com